Yukon River Quest 2014 – 715 km in een solo-kano

The race to the midnightDe Yukon River Quest is de langste”ultra marathon” kano/kajak-race in de wereld. De race vindt plaats tussen Whitehorse en Dawson City (Canada) en dit over een afstand van 715 km.

Het wordt ook “Race to the Midnight Sun” genoemd, omdat het start op de langste dag van het jaar en de zon niet echt onder gaat.

Dit jaar was het de 16de editie van de YRQ en waren we met 66 deelnemende teams (C2 24, C1 5, K2 14, K1 15, VC 8 ) die kwamen uit: Australië, Oostenrijk, België, Canada, Frankrijk, Frans Polynesië, Engeland, Guatemala, Japan, Nederland, Noorwegen, Zwitserland en Amerika.

 

Startnummer 9: “My Spirit of Adventure”
In 2012 had ik voor de eerste keer deelgenomen aan die wedstrijd in een tandem kano, samen met m’n kameraad Danny Veys, als onderdeel van “Revisiting the Klondike Goldrush” een fotografisch project waarbij we de ganse route van de goudzoekers hebben afgelegd, een tocht van 1000 km.
Al meermaals kreeg ik de vraag gesteld: “WAAROM” deelnemen aan zo’n extreme wedstrijden?!
Een sluitend antwoord kan ik daar jammergenoeg niet op geven maar het zal wel een combinatie zijn van volgende factoren:
– het avontuurlijke
– het sportieve
– de uitdaging op zich
– eigen grenzen verleggen
– de natuurbeleving
Van anderen krijg ik dan eerder de opmerkingen van: “er is een hoek af” of “het is géén gewone”, maar ik zie dit meer als een compliment dan als een verwijt.

Misschien heeft het te maken met m’n midlife crisis maar heb ik dan géén neiging om een moto of sportauto te kopen maar eerder een nieuwe kano.
Ik had eigenlijk in gedachte om aan die wedstrijd deel “solo” deel te nemen in 2015 (wanneer ik 45 zou worden), maar na m’n filmvoorstelling in 2012 werd ik aangesproken door een bedrijfsleider uit Nederland, of ik zijn management team wilde coachen omdat ze met 2 voyageur kano’s (6 en 7 personen) wilden deelnemen aan de YRQ 2014.
Ik vond het een eer om mijn reeds opgedane kennis te kunnen delen en kreeg zo terug de smaak te pakken en kon niet langer wachten om mezelf in te schrijven.

 

De Sponsors
Het deelnemen aan dergelijke wedstrijd aan de andere kant van de wereld is een kostelijke aangelegenheid: trainingsbegeleiding, voorbereidende wedstrijden, inschrijving, huur kano, vliegtuigticket, logement, vervoer, ….
Gelukkig kon ik ook dit maal rekenenen op mensen die mij met materiële en financiële middelen hebben geholpen zodat ik dit m’n deelname kon realiseren.
Een oprechte dank aan: Elka Pieterman, Handyman, Timmer- en Schrijnwerk Vancoillie, Kano- en Kajakcenter, Adidas Eyewear, Reclamebureau Think, Nature Tours of Yukon, Pleisterwerken Bart Desmet, Maes Electronics, Snoepfabrikant Matthys, AZ Jan Portaels, Sea to Summit.
Ook een dikke merci aan m’n familie, vrienden, kennissen, collega’s, voor de mentale steun.

 

De Kano
Om enigszins een beetje competitief te zijn in de categorie solo kano heb je niet veel mogelijkheid in keuze van boot. In Whitehorse is er maar 1 type boot te huren en dit is een Clipper Sea-1. Het is eigenlijk een hybride boot dat je zowel met een dubbele peddel (kajak) als met een steekpeddel (kano) kan bevaren. Het zitje kan ik 3 standen versteld worden en voor mij was de middelste positie de ideaalste omdat ik dan nog genoeg stabiliteit had en toch genoeg kracht kon zetten.
Danny had na z’n deelname in 2012 ook de smaak te pakken van het kanovaren en besliste hij ook om een solo-kano aan te kopen. Clipper heeft géén verdelers in Europa dus hebben we in 2013, 2 kano’s besteld in de fabriek te Vancouver en in een kist laten overkomen vanuit Canada.
Al m’n trainingen in België kon ik dus afwerken in dezelfde boot als deze ik zou huren in Canada en kon ik brainstormen hoe ik deze zou uitrusten voor de wedstrijd. Het zitje heb ik voorzien van 2 lagen foam (Ridgerest) omdat ik de vorige keer nogal last heb gehad van  m’n zitvlak, maar nu géén enkel probleem.
Onderaan het zitje had ik een houder gemaakt om 4 drinkbussen weg te bergen van telkens 1 liter, zodat die niet los lagen te slingeren op de bodem.
Voor mij had ik een plastieken buis met volgende items: Polar horloge, SPOT-messenger, bevestiging voor de kaarten, doosje met snelle happen, GPS.
Binnen handbereik hadden we ook nog: urinaal, regenjas, waterdichte zak met warme kledij, waterdichte zak met de rest van voeding.

 

De trainingsaanpak
Na m’n beslissing om solo deel te nemen aan YRQ had ik mezelf voorgenomen om mij zo optimaal voor te bereiden en niets aan het toeval over te laten. Ik wilde in géén geval het risico lopen, wat er ook mocht gebeuren tijdens de wedstrijd, dat ik mezelf moest verwijten dat ik niet genoeg getraind had of met andere zaken géén rekening had gehouden.
Om doelgericht te trainen en een trainingsschema te laten opstellen is het belangrijk in welke hartslagzone er moet getraind worden. In September deed ik in samenwerking met AZ Jan Portaels uit Vilvoorde een inspanningstest op de watersportbaan in Hazewinkel. Een veldtest met mijn eigen kano, waarbij over een bepaalde afstand telkens de snelheid werd opgedreven en telkens een lacaatafname (prikje in het oor) + registratie van de hartslag.
De vorige keer had ik min of meer zelf een trainingsschema opgesteld met m’n eigen kennis en die uit boeken,  toen ik nog deelnam aan triathlons maar opstellen van dergelijke schema’s is toch een vak apart en nu ditmaal met een echte trainer gewerkt.
Karel Pardaens van B.A.S.I.C.S. is een inspanningsfysioloog die perfect weet hoe dit aan te pakken en ervoor te zorgen dat het lichaam en geest er volledig klaar voor waren om die 715 km te peddelen.
De trainingsweken bestonden bijna altijd uit: kano-varen, core-stability oefeningen, krachtraining, zwemmen en fietsen en was daar 8 tot 16 uur me bezig. Tijdens de kano-trainingen heb ik zo’n 1796 km gepeddeld.
Het vraagt een enorme motivatie om dit ritme aan te houden maar achteraf gezien was het meer dan de moeite waard.
Het ook zijn grote verdienste dat ik het er zo goed heb vanaf gebracht en véél minder vermoeid was tijdens de wedstrijd en dat de recuperatie vlot is verlopen.
“De atleet maakt de trainer en de trainer maakt de atleet” is dan ook zijn leuze.

 

De Voeding
Voor dergelijke duurwedstrijden moet men altijd in het achterhoofd houden: “De kachel moet blijven branden” en daarom is het zéér belangrijk om de “goede brandstof” gebruiken. In een diesel auto moet je ook géén benzine tanken! 3 dagen voor de wedstrijd begonnen met koolhydraten loading zodat ik met een volle tank kon starten.
Voor een groot deel heb ik mij gebaseerd op m’n voedingslijst van m’n vorige deelname, maar voor de fine-tuning toch nog eens langsgeweest bij sportdiëtist Gino Devriendt.
Normaal gezien is het de bedoeling om 1gr KH per kg lichaamsgewicht per uur in te nemen, maar in de praktijk is dit niet zo evident.
De bedoeling was om 2 sportrepen te eten per uur en om ieder uur af te sluiten met een gel van Trisport. De repen waren géén probleem, maar na de 1ste verplichte stop in Carmacks heb ik géén gels meer gegeten. De sportrepen verdeelde ik in hapklare stukken zodat ik om de 20 minuten (op signaal van m’n Polar horloge) een stukje kon nuttigen.
56 uur sportrepen is ook van het goeie teveel, dus 1 grote tip: VARIATIE, VARIATIE, VARIATIE … in de voeding. Naast de sportvoeding is het ook aangenaam om “normale” zaken te eten bv. kleine porties rijst in een plastiekzakje, bolletje van maken en dichtknopen. Tijdens de tocht, gewoon een hoekje uit de plastiek bijten en ik kon eten zonder mes en vork.
Een aangename afwisseling was ook om regelmatig een stukje fruit te nuttigen en vooral de kersen vielen bij mij goed in de smaak.

 

Drinken
Hoeveel je gaat drinken tijdens zo’n tocht is persoonsgebonden en hangt af van de weersomstandigheden, maar heb wel ondervonden dat 750 ml per uur drinken, zoals wordt aanbevolen, moeilijk haalbaar is. Ik heb telkens vertrokken met 5 bidons dorstlesser + 3 liter water in m’n Camelbak (zelfde hoeveelheid voor het 2de stuk (Carmacks-Dawson). Ik had een drinkbus met rietje die in een houder zat aan de voorkant van m’n zwemvest en om de 20 minuten kon ik zonder m’n handen te gebruiken een slokje nemen.   Vind ik véél gemakkelijker dan een Camelbak waarbij je iedere keer naar de drinkslang moet grijpen. Wanneer de bidon leeg was, nam ik een andere van onder m’n zitje (bleef koel) en wisselde ik gewoon het deksel. Had 2 verschillende smaken in m’n dorstlesser, Lemon en Tropical om ook op die manier variatie te hebben.
De dagen vooraf de wedstrijd véél water drinken zodat het lichaam goed gehydrateerd is.

Tijdens de nacht is het moeilijk om nog vaste voeding te nemen en daarom had ik gekozen voor de produkten van Hammer, nl. “Perpetuem en Sustained Energy”. Tijdens de training heb ik eerst hun tabletten getest, maar viel wat tegen omdat het precies op een stukje kalk is dat men kauwt, dus dan maar de poedervorm besteld. Beide produkten zijn gemaakt voor duurinspanningen en kan men gewoon onderling mengen. Heb thuis de zakjes (vacuüm) gemaakt voor 3 uur inspanning en tijdens de wedstrijd kon ik deze in een bidon met water kieperen. Ik vulde m’n reeds lege bidons met water uit het meer, waar ik een pilletje Micropur Forte aan toevoegde, om de eventuele aanwezige schadelijke ‘beestjes” te doden. Na Carmacks is het beter om vers water mee te hebben aangezien het water van de rivier niet meer zo helder is.
Qua voeding is alles te verkrijgen in Whitehorse maar heb toch gekozen om al mijn voedselpaketten, (met uizondering van de verse produkten) van thuis uit samen te stellen. 1 waterdichte zak voor Whithorse-Carmacks en 1 zak voor Carmacks-Dawson. Op die manier had ik géén stress om alles op het laatste moment nog klaar te krijgen.

Wat voeding en drinken betreft: VOORAF UITVOERIG TESTEN!

 

Peddels
Wanneer je dergelijke afstanden peddelt is er slechts 1 advies: Kies voor een ultralichte peddel. Zoals de vorige keer terug voor de peddels van Zaveral gekozen: PowerSurge Light  – 49″ – 8 ¼ wide blade. Het is een Bent Shaft – carbon peddel van slechts ????? gr. Wat de lengte van de peddel betreft, korter is beter, kwestie van uw schouders niet teveel te belasten. Had in het verleden al eens last gehad van “shoulder impingement” maar dit keer géén enkel probleem.
Mijn peddel tempo lag op ongeveer 60 slagen per minuut, dus de schouders hebben wat te verduren en iedere gram kan dan tellen.

 

Kledij
Terug gekozen voor de kledij van Skinfit + reservekledij van Craft. Niets dan positieve ervaring.
Voor regenkledij had ik deze keer een Storm Cag van Kokatat in Paclite Gore-Tex. Het is een poncho die ik gemakkelijk over mijn zwemvest kon trekken wat mij wel een veiliger gevoel gaf, dan telkens eerst m’n zwemvest te moeten uittrekken om een regenjas aan te doen.
M’n koershandschoenen werden vervangen door zeilhandschoenen van Gill omdat de vingers nog iets meer beschermd zijn. Aan de aankomst had ik géén enkele blaar, dus dik in orde.

 

Navigatie
De meeste teams werken met de getekende zwart/wit kaarten van Mike Rourke,maar het probleem is dat die niet zo recent zijn. Dit jaar stippelde ik de route uit via Google Earth aan de hand van waypoints. Op die manier kon ik op ieder moment mij situeren op de rivier en wist ik hoeveel km’s er moesten afgelegd worden tot aan het volgende checkpoints. Ik had ook de TOPO kaarten van de Yukon in mijn GPS en kon moest gewoon de route volgen. De rivier tot in Carmacks is niet zo breed, dus weinig keuzemogelijkheden betreffende “short-cuts” maar het stuk na de White River is ander paté! Op sommige plaatsen is de rivier zo’n 2 km breed met verschillende eilanden, dus is het belangrijk dat je vooraf weet welke richting je uit moet. Het zijn vooral de ‘locals’ en de teams die al verschillende malen aan de wedstrijd hebben deelgenomen die hier hun voordeel kunnen uithalen. Heb tijdens de voorbereiding verschillende malen poging ondernomen om hun ideale route te ontfutselen, zonder succes want het is voor iedereen TOP SECRET. Om het helemaal moeilijk te maken hangt de keuze van shortcuts ook af van de waterstand dus moet je eigenlijke verschillende opties hebben. Mijn navigatie was in ieder geval véél beter dan in 2012 en voor de volgende keer zou enkel een paar kleine correcties moeten aanbrengen. Heb via, via achteraf toch de route kunnen bemachtigen van 2 racers die al enkele malen gewonnen hebben 🙂

 

De dagen voor de wedstrijd

De wedstrijd startte op woensdag 25 juni maar wij zijn met enkelen al afgereisd op vrijdag. Ruim voldoende om de jetlag te verteren en rustig toe te leven naar de wedstrijd.
Peter, teamleader van de 2 Nederlandse voyageur teams had de volledig accomodatie “Versleuce Meadows Bed and Breakfast”  afgehuurd en Isabelle en ik sliepen in de mobilhome. Iedere morgen konden we er genieten van een uitgebreid ontbijt klaargemaakt door de gastvrouw, dik in orde.
Op zaterdag met de huurauto naar Kanoe People geweest om de trailer op te halen met de 2 voyageur boten en mijn Clipper Sea-1 en terug naar de B&B waar we al de plaats hadden om de boten verder te prepareren. Op zaterdagavond kwam de rest van het Nederlands team aan en was de groep compleet
De zondag een trainingstocht gedaan vanaf de startplaats in Whitehorse tot aan Burma Road zo’n 30 km peddelen. Onderweg verschillende bald eagles gezien die aan het jagen waren.
Op zondagavond was er “Meet and Greet” en konden we kennismaken met de andere met de andere racers en was het ook blij terugzien met enkel bekende gezichten.
De maandag kwam Gaetan Plourde, race recordhouder in de categorie solo-kano en ook dit jaar terug de winnaar, mij oppikken om samen nog een training af te werken. We starten aan Schwatka Lake en vaarden tegen de stroom in Miles Canyon. Nog een keer de spieren laten weten wat hen binnen enkele dagen te wachten stond. Jeff Brainard, winnaar van vorig jaar in de categorie solo-kano had ook juist nog een training afgewerkt en we hadden nog een aangename babbel.
Het is echt kenmerkend hoe iedereen vriendschappelijk met elkaar omgaat tijdens de Yukon River Quest, want hier zie ik het niet echt gebeuren dat je nog een laatste training zou afwerken met eventuele concurrenten. Prachtig!
Dinsdag was er de verplichte gear-check, afhalen wedstrijdnummer, briefing voor racers en support-crews, enz. Nu was er géén weg meer terug.

 

Mijn verwachtigingen?
Zeer dikwijls werd me deze vraag gesteld en telkens gaf ik hetzelfde antwoord.
In dergelijk ultra-races over meerdere dagen kan er veel gebeuren dat je niet altijd in de hand hebt: ziek worden, kwetsuur oplopen, een ongeval hebben, … dus finishen stond op de eerste plaats. Het is nooit slecht om een beetje ambitie te hebben maar om toch realistisch blijven had ik een eindtijd in gedachte tussen de 55 en 60 uur. Dit jaar was het in de solo-categorie een zéér sterke bezetting, met de Gaetan Plourde de race-record houder en Jeff Brainard de winnaar van vorig jaar.  Die mannen hadden ook hun eigen “race-boot” meegebracht uit Ontario. De Clipper waar ik in vaarde was dan misschien minder snel maar wel stabieler wat dan weer een voordeel was op het onstuimige meer.

 

Wedstrijddag
Na een redelijke nachtrust om 6.30 uur wakker en nog wat proberen om geroosterde boterhammen binnen te krijgen wat niet echt vlot verliep aangezien de stress een beetje de keel dichtkneep. Kende al een beetje het gevoel van de vorige keer…
Tussen 8:30 u en 9 u moest ik mijn boot reeds gaan klaarleggen aan de startlijn en aangezien de wedstrijd pas startte om 12 uur had ik alle tijd om alles rustig te installeren.
De wind begon stevig aan te wakkeren, was gelukkig rugwind en de vraag van iedereen was hoe de situatie zou zijn op Lake Laberge, die we na ongeveer 3 uur wedstrijd zouden bereiken. De waterstand van de rivier was zo’n 1,5 meter lager dan vorige jaren, dus weinig stroming…
Om 12 uur werd het startschot gegeven en moesten we eerst een 300 meter lopen vooraleer we aan de boten kwamen. Had vooraf een folie onder de boot gelegd zodat Isabelle me wat gemakkelijker in het water kon duwen. Zag Gaetan als een speer vertrekken, maar ik had mezelf ingeprent om mijn eigen wedstrijd te varen en géén rekening te houden (lees: mij laten zotmaken) door andere racers.
Na een 2-tal uur werd ik voorbijgestoken door een andere C1 die in dezelfde boot vaarde als ik en die er een nogal een strak tempo op na hield. Was ook een Canadees met veel wedstrijdervaring, maar liet me niet intimideren, het was trouwens nog een lange weg te gaan. Wat mij opviel was, dat hij al serieus een druppelke aan het zweten was…
Bij aankomst aan Lake Laberge was de eerste indruk dat het nogal meeviel met de wind en veel golven waren er niet te bespeuren. Men was verplicht om de rechterkant van het meer aan te houden en niet verder dan 200 meter van de kant te blijven, zodat we aan de checkpoints ons nummer konden roepen. Een half uurtje later begon de wind terug op te steken en met de witte schuimkoppen op de golven repte ik mij naar de zijkant zodat ik verder kon peddelen op zo’n 15-20 meter van de oever. Tijdens m’n wedstrijd in Schotland, op Loch Ness had ik ook al zo’n omstandigheden meegemaakt en wist al een beetje hoe er mee om te gaan, maar het blijft toch altijd billen knijpen. Langs de oever zag ik verschillende boten liggen ofwel hier en daar materiaal, dus blijkbaar was men begonnen met de eerste schifting. Achteraf hoorde ik dat er op het meer zo’n 10 teams waren omgeslagen waarvan 1 kajakker die zo’n 15 minuten in het ijskoude water heeft gelegen vooraleer men hem naar de kant kon halen. Lake Laberge is zo’n 50 km lang en er waren wel enkele rescue-boten op het meer, maar ze kunnen natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Met de golven is het nog moeilijker om iemand te lokaliseren die in het water ligt dus die kerel mag van geluk spreken dat hij het nog kon navertellen. Achteraf wist hij mij te vertellen dat hij via zijn SPOT noodsignalen had verzonden, maar in zo’n afgelegen gebieden vraagt het nogal tijd vooral een reddingsoperatie in gang komt. Nadat hij zich had opgewarmd heeft hij nog wat verder gevaren want fysiek was hij wel nog in orde, maar mentaal zat hij er volledig onderdoor en heeft dan ook uit de wedstrijd gestapt.
In opperste concentratie peddelde ik verder maar in dergelijke omstandigheden wordt de core-stability enorm op proef gesteld, wat het extra vermoeiender maakt.
Met het einde van het meer in zicht begon de wind te verzwakken en konden we ons terug ontspannen, want m’n kneukels kwamen al wit omdat ik zo hard m’n peddel aan het vasthouden was.

 

Exit Lake Laberge
Na 7 uur op het meer terug de rivier en het was aangenaam om terug de stroming te voelen. De organisatie raadt aan om aan het eerste checkpoint te stoppen en warme kledij aan te trekken vooraleer men de nacht ingaat, maar m’n thermische ondergoed had z’n werk goed gedaan dus voor mij géén stop. Verschillende teams stonden zich op te warmen aan het kampvuur en zag ook de boot liggen van de C1-vaarder die mij in het begin had voorbij gevaren. Of hij zijn zweetdruppels aan het afdrogen was, weet ik niet maar het was wel de enigste keer dat ik hem nog gezien hem tijdens de wedstrijd. Wanneer je aan de kant gaat, verlies je al vlug zo’n 20-30 minuten, kan je beter genieten van de stroming terwijl je uw warme kledij aantrekt. Het was een koude nacht en m’n bivakmuts, handschoenen en windstopper kon ik goed gebruiken. De ganse tijd alleen gevaren en in de verte zag ik soms een hoofdlampje van een ander team. Met m’n MP3 speler kon ik de eenzaamheid wat doorbreken ofwel eens een liedje zingen van Johny Turbo om niet in slaap te vallen. Het is altijd uitkijken naar de eerste zonnestralen in de morgen, dat ervoor zorgt je terug lekker opwarmt en mentaal ook een boost geeft.
Tot nu toe konden we niet klagen van het weer want de ganse morgen was de zon van de partij.
Na 300 km vielen de fysiek ongemakken nogal mee. Regelmatig moest ik mij wel eens uitstrekken om de buikspieren te stretchen, maar het meest pijnlijke wat m’n linkerhiel die volledig doortrapt was. De Clipper Sea-1 is uitgerust met een roer die men moet bedienen aan de hand van 2 pedalen. Alhoewel ik vooraf alles nog eens ingeolied had bleef het geleidingssysteem erg stroef werken, dus moest ik telkens keihard op de pedalen duwen wanneer ik van richting wilde veranderen.
Een paar uur voor Carmacks, de eerste verplichte stop, kreeg ik het gezelschap van 2 tandem kano’s en konden we samen het laatste stuk afwerken beukend tegen de wind.
In 2012 hadden we onze wedstrijd niet echt opgesplitst en hadden we maar 2 trajecten voor ogen: Whitehorse-Carmacks – 320 km en Carmacks-Dawson – 395 km. Op zo’n lange afstanden is het moeilijk om jezelf te blijven motiveren en focussen en kreeg ik de raad om deze stukken meermaals op te splitsen. Via een spreadsheet file had ik thuis m’n gemiddelde snelheid ingegeven + de verwachte snelheid van de stroming met in gedachte om rond de 55 uur te finishen.  Zo kon ik zien om welk uur ik ongeveer zou aankomen aan de verschillende checkpoints en deze tijden noteren op m’n kaart. Mijn verwachte aankomsttijd was 13 uur maar toen ik naar MIJN horloge keek was het reeds 18.45 u. Ik troostte mezelf dat de stroming op de rivier inderdaad zeer traag was, maar had géén idee waar ik plots al die tijd verloren had want ik was toch vlotjes aan het peddelen…?!

 

Carmacks
Hier had ieder team een verplichte stop van 7 uur en dit was ook de plaats waar het support-team tot bij de rivier kon komen. Na 26 uur in de kano te hebben gezeten kon ik wel wat hulp gebruiken bij het uitstappen en was het vooral mijn linkervoet (hiel) die me parten speelde.  Via de race-tracker van de organisatie kon men zien wanneer ieder team ongeveer verwacht werd aan de checkpoints en vroeg aan Isabelle hoeveel de Nederlandse voyageur-teams achter lagen. Ze wist me te vertellen dat ze aan het laatste checkpoint verwacht werden om 14.30 u. “Dat kan toch niet, want het is nu bijna 19 u.”, was m’n eerste reactie. Wat was de opluchting groot toen ik besefte dat m’n uurwerk blijkbaar ontregeld was en dat ik slechts een uur achter zat op schema.
Na het nuttigen van de spaghetti met kip die Isabelle had klaargemaakt, een lekkere afwisseling na al de uren sportrepen te hebben binnengespeeld, kon ik enkele uren gaan slapen. De meeste teams sliepen op de campground, maar ik had de vorige keer de tip gekregen om daar niet te slapen wegen teveel lawaai van teams die toekomen of weer vertrekken. Met de wagen voerde Isabelle mij naar een cabin bij het motel in Carmacks en na een douche kon ik in alle rust een 5 uur slapen. Intussen werd m’n kano onderhanden genomen: uitmesten, drinken + eten aanvullen, nieuwe batterijen in de elektronische apparatuur, enz…
Om 20 uur kwam ze me terug oppikken om me naar de startplaats te brengen en had ik ruim de tijd om mij klaar te maken voor het tweede deel. De verplichte items werden opnieuw gecheckt door de organisatie maar alles was OK. Intussen waren de 2 Nederlandse voyageur-teams aangekomen en werd er onderling beslist dat hier hun wedstrijd was afgelopen en dat ze niet meer gingen starten voor het tweede deel.
Enkelen waren serieus onderkoeld geweest tijdens de voorbije nacht en hun energie + motivatie was volledig weg. Spijtige zaak, maar ze hadden toch 320 km afgelegd wat natuurlijk ook wel een prestatie is.
Om 20.55 u kon ik met volle moed terug vertrekken voor m’n 2de deel.
Het C2-team “Looking for Jamaica” was ietsje vroeger vertrokken maar ik zag ze steeds voor mij uitvaren. Vanaf hier begon de rivier ook breder te worden en was het steeds zoeken waar de meeste stroming was. Het gebeurde soms dat je 5 meter verschoof en zag op de GPS dat je 3 km/u rapper ging. Door constant de rivier, de kaart en de GPS te observeren passeerde de tijd eigenlijk wel rap. Na een tijdje kwam ik bij “Looking for Jamaica” en ze vroegen of ze met mij mochten mee peddelen omdat hun GPS kapot was. Het was een koppel uit Ontario die al een paar edities hadden meegedaan en die ik nog kende van m’n deelname in 2012. Sympathieke mensen, dus géén enkele probleem en voor mij kwam het goed uit want ze hielden er een strak tempo op na. Op dit moment lagen ze in hun categorie op de 4 plaats en probeerden om het team voor hen in te halen.

 

Five Finger Rapids
Op ongeveer 3 peddelen stroomafwaarts van Carmacks lagen de gevreesde “Five Finger Rapids”, 4 rotsformaties die de rivier in 5 verdeeld. We werden duidelijk gebriefd dat men de uiterste rechtse ingang MOEST invaren. Ten tijde van de goudzoekers zijn er velen op die plaats verdronken dus  het was géén optie om toch eens de andere kant uit te proberen. Kende de situatie al van de vorige keer, dus gewoon in de omgekeerde “V” varen en daarna onmiddellijk links aanhouden om niet in de hoge golven terecht te komen aan de rechterkant. Boven op de rotsen stond Isabelle en enkele supporters mij aan te moedigen maar ik had géén tijd om te zwaaien of onnozel te doen, ik wilde niet in het koude water belanden. Er zijn wel ieder jaar een paar teams die het hier niet kunnen drooghouden en daarom staan er ook 2 rescue-boten klaar om te helpen indien nodig.
Mooi m’n vooropgestelde lijn gevolgd en zonder probleem door de rapids, het ergste was voorbij. Een beetje verder heb je dan nog de Rink Rapids, maar wanneer je mooi langs de rechterkant blijft varen is er géén enkel probleem.
We begonnen terug de nacht in te gaan, maar deze keer was het niet zo koud en konden we genieten van de prachtige kleurschakeringen aan de hemel.

Rond de middag raapten we nog een C2-team op die wat aan het slabakken waren. Het gaf hen blijkbaar ook een boost om niet alleen te moeten varen en het tempo werd serieus opgedreven. Er kwam dan ook nog een voyageur team (Paddles Abreast) erbij en dan was het helemaal ‘koekebak’. Je kan altijd een beetje voordeel uithalen wanneer je een beetje op de golf van uw voorhanger kan surfen, maar dan moet je wel dit tempo kunnen aanhouden. Voor mij was het een intervaltraining van verschillende uren maar niettegenstaande iedere pees en spier uit m’n bovenlijf volledig onder spanning stond kon ik blijven aanpikken en dat gaf me een enorme mentale boost.
Het kunnen bijhouden van dit voyageur-team gaf nog een ander voordeel want we werden getrakteerd op verse gerookte zalm en gedroogd elandvlees. Enkele kilometers voor Kirkman Creek hadden we het gehad en lieten we ze voorop varen.

 

Kirkman Creek
Om 15.45 u kwamen we aan in Kirkman Creek een checkpoint waar we een verplichte rust hadden van 3 uur. Er was een shelter opgetrokken waaronder men kon slapen of sommigen kozen om hun tent op te zetten. Eerst nog een recup-shake klaargemaakt en mij neergelegd in het gras om een dutje te doen. Het begon water te gieten, maar na de eerste druppels te hebben gehoord was ik al het ronken. Een half uur voor vertrektijd kwam de organisatie mij wekken en konden we starten aan de laatste 160 km.

Het was in dit stuk dat we vorige keer volledig de verkeerde route hadden gekozen en veel tijd hadden verloren. Op sommige plaatsen is de rivier hier wel 2 km breed met verschillende eilanden, gravelbank, logjams. Aan de hand van de uitgestippelde route ging het toch veel vlotter, maar het was toch uitkijken om niet vast te lopen door de geringe waterstand.

 

60 Mile River
Dit was onze laatste checkpoint voor Dawson City waar we aankwamen om 0:55 u op zaterdagmorgen. Vanaf hier was het nog een 5 uur peddelen tot de Finish. De vermoeidheid begon bij iedereen toe te slaan en Paul, de man vooraan in het team “Looking for Jamaica” viel bijna uit de kano.
Hier waren ook nog veel “boils” een soort opborreling van het water en wanneer je daarin terechtkwam met de boot veranderde de boot direkt van richting, een eng gevoel.
In de vroege ochtend stond de zon juist boven het wateroppervlak en scheen recht in m’n gezicht en zelf met zonnebril en pet zag ik géén meter voor mij. Had tijdens de tocht nog géén last gehad van hallucinaties maar met die zon in m’n ogen, het ging niet lang meer mogen duren. Ik maakte de anderen attent dat er een beer was op de rechteroever, bleek dat het gewoon een boomstam + wortel was die aan het meedrijven was in de rivier …

Met de ochtendnevel boven het water vaarden we in een mystieke sfeer Dawson City tegemoet. Ik hoorde al van ver de supporters zingen en roepen en met de nodige adrenaline kon er nog een spurtje van af.

 

De Finish
Het was 06:17 u toen we de finishlijn passeerden. Nadat ze me uit de boot hadden getild, nog een babbelke gedaan, maar het was vooral genieten.
We hadden hiervoor 10 maanden hard getraind en ben dan ook tevreden met het resultaat.
Ik heb de ganse wedstrijd het beste van mezelf gegeven en alles is verlopen zoals ik in gedachte had: voeding, indeling wedstrijd.
Ben op de 3de plaats geëindigd in mijn categorie, 6de in de solo (kano & kajak) en 19de in het algemeen klassement (66 deelnemers).
Er was nog nooit een Europeaan erin geslaagd om te finishen in de solo-categorie dus super content!

Was wel de zwaarste uitdaging die ik ooit heb gedaan, maar méér dan de moeite waard.
Alhoewel het afzien is, blijft het een prachtige wedstrijd waar iedereen zéér vriendschappelijk met elkaar omgaat en het resultaat voor de meesten bijzaak is.
Spijtig genoeg begint het ook voor mij verslavend te werken dus, ooit zien ze me hier nog eens terug…

 

Wil je als bedrijf, organisatie, vereniging, enz. ook een lezing boeken, neem dan gerust contact met mij op.
Francis: 0477 35 06 75
Referenties: Rotary Roeselare, Jong Economische Kamer Roeselare, Elka Pieterman (NL)

“When you’re safe at home you wish you were having an adventure;
when you’re having an adventure you wish you were safe at home.”
~ Thornton Wilder –

Advertenties

Yukon River Quest 2014 – Finished!

Terug in België na 2 weken avontuur in de Yukon.
Ben volop bezig een uitgebreid artikel te schrijven over de race, foto’s selecteren, filmpje maken, maar in afwachting hiervan een kleine update.
Dit jaar nam ik dus deel in de categorie “solo-kano”, voor de meesten de zwaarste categorie en ik kan het bevestigen, het was “pittig”.
De condities waren ditmaal ook niet ideaal: véél wind en golven op Lake Laberge en weinig stroming op de rivier zorgden ervoor dat er slecht 48 teams van de 66 zijn gefinisht.

De 10 maanden intensieve training hebben hun vruchten afgeworpen en was dan ook super content met m’n resultaat. Zal begin september terug een lezing geven in Roeselare, maar de exacte datum staat nog niet vast, ik hou jullie op de hoogte.

DSC01862

Great Glenn Paddle race in Schotland

Loch Ness Na een nachtvaart van Zeebrugge naar Hull en een autorit van 7 uur, kwamen we aan in Fort William, de start van de Great Glenn Paddle race. Bij de briefing kregen we nog enkele updates mee betreffende het wedstrijdparcours en de weersvoorspelling en konden we ons klaarmaken voor de tocht van 95 km. Omdat de wedstrijd pas startte om 2 uur was het de bedoeling om nog enkele uurtjes in de tent door te brengen, maar door de hevige sneeuwval kozen we toch voor de optie jeugdherberg. Er waren nog veel andere racers die ook voor die optie hadden gekozen en tijdens het klaarmaken van m’n drinkflessen met sportdrank intussen nog een babbel doen met Ivan een 6-voudige wereldkampioen in de kajaksport. Na een 4-tal uurtjes slaap mochten we ons naar de start begeven en kon ik om 2 uur ’s nachts het water op. Aangezien het nog altijd aan het sneeuwen was, zag ik met mijn hoofdlamp géén meter ver, dus dan maar het licht doven en in het pikkedonker verder. Gelukkig kon ik mij oriënteren op de besneeuwde oevers en op de vooraf geprogrammeerde route via m’n gps. Het traject tot in Inverness was een aaneenschakeling van kanalen en Lochs, dus hadden we 6-tal portages te doen rond de sluizen, variërend van 200 tot 750 meter. Iedere racer was verplicht, uit veiligheidsoverwegingen, een support-team te hebben die op deze plaatsen dan klaarstond met het nodige . Karel en Hans waren met mij meegereisd naar Schotland en zorgden er dan telkens voor dat ik mij eens kon opwarmen aan een warme kippensoep en bezorgde mij ook een voedselpakket voor de volgende etappe.  De ganse nacht bleef het sneeuwen met een temperaturen onder het vriespunt maar gelukkig had ik mijn kledij aangepast aan dergelijke omtandigheden. Bij de portages was het altijd hetzelfde stramien: uit de kano, trolley onder de boot (het support-team mocht niet helpen dragen), ijskoud krijgen bij het stappen, terug het water in en hard peddelen om terug op temperatuur te komen.

In het donker op een groot meer varen is ook een aparte ervaring, maar om het risico zo klein mogelijk te houden bleef ik mooi langs de kant peddelen. Door de wind begon er zich ook kleine golven te vormen, zodat de achterkant van de boot telkens omhoog werd geduwd, niet echt aangenaam….

Toen het daglicht werd, stopte het ook met sneeuwen en kon ik eindelijk genieten van de mooie omgeving in de Highlands.

Het pittigste moest echter nog komen, namelijk het afvaren van Loch Ness en de confrontatie met het gevreesde monster Nessie. De eerste kilometers verliepen rustig, maar dan wakkerde de wind aan met het resultaat dat het meer veranderde in een woeste zee. Aangezien de golven nog altijd vanuit de rug kwamen moesten we er constant voor zorgen dat de voorkant van de kano mooi recht bleef en regelmatig met de peddel een lage steun uitvoeren om niet te kapseizen. Voor mij zag ik enkele kajakkers die minder geluk hadden met het inschatten van de golven en in het water belanden, wat dan ook voor hen het einde van de wedstrijd betekende.

Het grootste probleem met dergelijke omstandigheden was, dat ik gewoon niet de mogelijkheid had om regelmatig iets te eten en dat ik enkel handenvrij van m’n sportdrank kon nippen. Hoe verder ik vorderde op het meer hoe meer de wind aanwakkerde en hoe lastiger het werd om de kano onder controle te houden. De golven volgenden kort op elkaar, dus de ene keer werden we vooruit gestuwd om daarna direct stil te vallen tussen 2 golven. Ik had nog nooit in zo’n condities gevaren dus bleef ik maar dicht tegen de kant varen, maar op een bepaald zat ik in de branding en werd ik tegen de rotsen geworpen en moest ik alles uit de kast halen om rechtop te blijven. Na 6 uur peddelen was het einde van Loch Ness eindelijk in zicht, maar moest nu nog van de linkerkant van het meer volledig naar rechts waar ik dan de rivier verder kon volgen tot aan de finish. Het was constant omkijken wat voor golven op me afkwamen en ofwel was het steun zoeken of keihard peddelen zodat ik iets kon opschuiven.

Na 13.30 uur peddelen werd ik aan de finish in Inverness opgewacht werd door Karl en Hans en konden we ons gaan verfrissen in de jeugdherberg. In had vooraf een wedstrijdplan gemaakt met de bedoeling om in 15 uur te finishen, dus best tevreden met m’n resultaat. Het feit dat ik me nog fris voelde bij de aankomst stemde mij tevreden, dus de vele maanden training hadden hun nut bewezen.

‘Avonds was er nog een prijsuitreiking en kreeg ik de trofee “fastest male solo-canoe”. Veel betekenis had dit eigenlijk niet, want ik was de enigste kano-vaarder van alle deelnemers:-). Het blijft een beperkt clubje, de solo-kanovaarders voor dergelijke wedstrijden, want ook voor de Yukon River Quest zijn we voorlopig nog maar met 4 deelnemers in deze categorie.

Nu we toch in Schotland waren hadden we ook nog 2 dagen een tocht voorzien op de River Dee maar dan in een rustig tempo in de opblaasbare kano en telkens met een bivakje. Het was dus een weekje puur genieten in de Highlands.

Hier een kort filmpje van de wedstrijd: https://vimeo.com/90833003

Bivak River Dee

“Nessie”, we zijn er klaar voor!

Schotland
Ik heb er lang naar uitgekeken maar op 22 maart a.s. is het zover: m’n eerste kano-kajakwedstrijd ooit waar ik zal deelnemen in de categorie solo-kano. We zijn met zo’n 39 teams ingeschreven, waarvan 3 in de kano-categorie, die de uitdaging aangaan om in 1 dag te peddelen van Fort William naar Inverness in Schotland. Het traject van + 92 km bestaat uit een aaneenschakeling van kanalen en meren (Loch Ness) en op een 6-tal plaatsen hebben we een “portage” rond de sluizen waarvan de langste 750 meter is.
Die wedstrijd past perfect in de voorbereiding voor m’n hoofddoel dit jaar, de Yukon River Quest, die eind juni zal plaatsvinden in de Yukon (Canada) en het ideale moment om eens te zien hoever we staan met onze trainingen. Sedert september zijn we volop beginnen trainen en in vergelijking met 2012, nog doelgerichter. Dankzij m’n inspanningsfysioloog zijn de trainingen nu veel gevarieerder (kano-varen, krachttraining, core-stability, zwemmen, fietsen) waarvan ik hoop dat dit z’n vruchten zal afwerpen. Aan de hand van een lactaattest op de watersportbaan in Hazewinkel werden de trainingszones bepaald en heb er nu meer zicht op aan welke hartslag ik het best kan peddelen.
Het voedingsschema heb ik nog wat verfijnd, maar de basis blijft nog altijd hetzelfde: koolhydraatrijk & véél variatie. De rijstpapjes en kwark-yoghurt doe ik nu in dichtgeknoopte plastiekzakjes, dus heb ik enkel een hoekje af te bijten en kunnen we het nuttigen.
Via Trisport Pharma hebben we ook een uitgebalanceerde sportdrank gevonden, die vooral géén maag-darmklachten veroorzaakt en toch een extra energiebron is.
Wat het materiaal betreft: door hier thuis hetzelfde type boot te hebben als deze die ik in Canada zal huren voor de wedstrijd, kan ik alles vooraf uitdokteren waar en hoe ik het best m’n materiaal kan schikken in de kano. Door gebruik te maken van de waterdichte en transparante zakken van Sea to Summit, verlies ik géén tijd om m’n voeding of kledij te vinden tijdens het peddelen.
Om praktische- en veiligheidsredenen hebben we nu ook een regenponcho aangeschaft van Kokatat die we boven onze zwemvest kunnen aantrekken en de rest van de kledij heeft eigenlijk z’n nut bewezen tijdens m’n trainingen, dus we zijn gewapend tegen alle weersomstandigheden.
We zullen opnieuw proberen het beste van ons te geven en hopelijk kunnen we finishen in Inverness met een vooropgestelde tijd van 15 uur, maar dit zal vooral afhangen van de weerscondities op de meren. Omdat ieder team verplicht is om een support-team te hebben zullen Karel en Hans ook meereizen naar Schotland en ervoor zorgen dat we niets tekort komen van voeding en kledij gedurende de tocht. Om na de wedstrijd wat los te peddelen gaan we dan samen nog een rivier gaan afvaren in de Highlands, maar daarover meer in het volgende verslag.
We hebben terug onze SPOT-messenger met ons mee, dus voor de thuisblijver en geïnteresseerden zijn we te volgen via volgende link vanaf zaterdag 22 maart om 02:00 AM (local time): http://share.findmespot.com/shared/faces/viewspots.jsp?glId=0NLdymTmsXmRhVZ25nIDrdSpVD844IvKk

Graag nog ook een dankwoordje aan de verschillende sponsors die me op 1 of andere manier helpen ondersteunen om dit alles te kunnen verwezenlijken: Elka Pieterman, Handyman, Timmer- & Schrijnwerk Vancoillie, Kano- & Kajakcenter Wachtebeke, Adidas Eyewear, Think, Nature Tours Yukon, Pleisterwerken Bart Desmet, Maes Electronics, Snoepfabrikant Matthys, AZ Jan Portaels, Sea to Summit, Wijnen en Likeuren Beernaert, Trisport Pharma.

Het bloed kruipt waar het niet varen kan…

Alhoewel onze docu-film “Revisiting the Klondike Goldrush” nog in grote première moet gaan op vrijdag 29 november (om 20 uur in de conferentiezaal van Expo Roeselare,) zijn we ons sinds enkele maanden al volop aan het voorbereiden voor de volgende uitdaging:
YUKON RIVER QUEST 2014, een kano- en kajakrace van 715 km in de Yukon (Canada)

In 2012 had ik voor de eerste maal deelgenomen aan deze wedstrijd in de categorie tandem-kano en na het vele afzien en de ongemakken (ontstoken polsen, achterwerk in rauw vlees, enz…), had ik mij voorgenomen dit NOOIT meer te doen, maar het beestje in mij heeft er anders over beslist.

Gisteren heb ik mij terug ingeschreven voor de wedstrijd, maar nu in de categorie “solo-kano”. Het zal waarschijnlijk wel een reden hebben waarom er voor deze categorie steeds de minste inschrijvingen zijn, want zowel het fysieke als mentale aspect zal serieus op de proef gesteld worden. De snelheid in een solo-kano is een stuk lager dan die van de kayakkers = langer in de boot zitten = langer afzien. Toen we in 2012 met 2 in een boot peddelden konden we elkaar motiveren wanneer er iemand eens een dipje had of konden we tijdens de kouden nachten elkaar wakker houden, maar alleen….

Ge kunt nu zeggen “Awel, blijf dan thuis hé”, maar ik hou nu éénmaal van uitdagingen en m’n persoonlijke grenzen verleggen. Zoiets doe je niet voor anderen, want sowieso weet men toch niet wat je moet opbrengen om deftig voorbereid aan de start te staan van dergelijke ultra-marathon race te staan, maar voor mezelf is het vooral het trainen van m’n eigen doorzettingsvermogen die men in de hedendaagse maatschappij meer dan nodig heeft.

Alhoewel we voor de editie van 2012 al goed ons huiswerk hadden gemaakt probeer ik op bepaalde punten toch nog wat bij te schaven.
M’n trainingsschema wordt nu opgemaakt door Back to B.A.S.I.C.S. in Sports om nog specifieker en doelgerichter te trainen. Een trainingsweek bestaat nu uit 3x kano-varen, 2 of 3 x fitness (kracht, core-stability en stretching), 1 uur losfietsen en 1 x zwemmen.
2-weken terug was ik op de watersportbaan van Hazewinkel om in de kano een inspanningstest af te leggen. Geert Van Beeck (Nationaal trainer van het Belgisch Junior Kajakteam) nam deze test af, waarbij er progressief een afstand werd gevaren en om de 500 meters lactaattest werd afgenomen. Op die manier kan  nu beter bepaald worden in welke hartslagzones ik best train om progressie te maken.

Aan al die extra begeleiding hangt natuurlijk een prijskaartje en naast een persoonlijke inbreng ben ik dus terug op zoek gegaan naar “Partners” die mij in m’n volgend project willen ondersteunen. Tot nu toe heb ik gelukkig al verschillende personen en bedrijven gevonden die me een financieël een steuntje in de rug geven, waarvoor een welgemeende DANK U WEL! Op de hoofdpagina “Partners” kunt u zien wie zich reeds verbonden heeft aan de YRQ 2014 en kandidaat sponsors mogen zich nog altijd aanbieden.

Het is de bedoeling om op regelmatige basis deze blog bij te houden zodat u kunt mee volgen hoe we naar deze nieuwe uitdaging toeleven.

“Klondicitis”

Na 14 dagen aan “goudkoorts” te hebben geleden ben ik dan toch maar eens naar de dokter geweest waarbij de diagnose werd gesteld “Klondicitis”. Moet het ergens opgedaan hebben in het hoge Noorden, maar is gelukkig te genezen door véél te rusten…

We hebben terug een schitterende trip gehad gedurende onze 14-daagse trip in de Yukon.
Na het afhalen van onze permits in Skagway (Alaska) waren we er volledig klaar voor om op de “Chilkoot trail” terug in de sporen van de goudzoekers te treden. De trail werd terug opengesteld op 2 Juni, dus zo vroeg in het seizoen hadden we de trail bijna voor ons alleen. Deze winter was er uitzonderlijk véél sneeuw gevallen en de dooi had zich maar laat op gang getrokken, dus werden we uitvoerig gewaarschuwd voor het lawinegevaar op verschillende plaatsen langs het traject.
Met pak en zak en sneeuwschoenen vertrokken we vanuit Dyea voor een tocht van 53 km in de bergen. We hadden daarvoor 5 dagen uitgetrokken zodat Danny ruimschoots de tijd had om zich fotografisch te ontplooien, wat dit was natuurlijk het hoofddoel van de ganse trip. Onze eerste overnachting was in “Canyon City” waar we kennis maakten met Michael, een Duitser die wat vroeger was vertrokken en buiten enkele rangers, de enige die we op onze tocht hebben gezien.
In dit Nationaal park is het niet toegelaten om wild te kamperen en moet men overnachten in de plaatsen die voorzien zijn en waar de nodige voorzieningen zijn zoals bv platforms om de tent te plaatsen, toilet, bearboxes en overdekte shelter waar men kon plaatsnemen om te eten. In “Canyon City” konden we overnachten de shelter wat een kleine blokhut was.
De volgend dag was de bestemming “Happy Camp” de laatste bivak aan de Amerikaanse kant vooraleer we de Chilkoot Pass over moesten richting Canada. Hier was ook een ranger station en kregen we ’s avonds nog een update van de trailcondities. Hij adviseerde ons om de volgende ochtend zéér vroeg te vertrekken om tijdig onze volgende bivak te kunnen bereiken aangezien het lawinegevaar in de namiddag het grootst is. We kropen reeds om 17 uur in de slaapzak want we hadden de wekker gezet om 3 uur ’s morgens.

Golden Stairs

Om 4 uur en nog in het donker vertrokken we voor een lange dag. Na een goed uur moesten we al verschillende malen sneeuwplateaus doorkruisen maar aangezien de velen stenen en rotsblokken op het pad nog géén optie om de sneeuwschoenen aan te trekken.Toen we aankwamen aan de “Golden Stairs” was het nog wat bewolkt en konden we de top niet zien maar juist toen Danny al zijn fotomateriaal ging opbergen trok de lucht open en hadden we een prachtig zicht waar we naar boven moesten klauteren en kon Danny aan werk om de meest gekende foto van de Goldrush op zijn manier vast te leggen. Het was hier dat iedere goudzoekers met 2 ton aan eten en materiaal naar boven moest, wat voor hen verschillende keren op en neer was.
De sneeuw was langs deze kant nog wat bevroren dus moesten we voor iedere stap eerst met de tip van de schoen een opening maken zodat we naar boven konden kruipen, voetje per voetje.
Een serieuze inspanning maar wanneer boven werden we beloond met een prachtig zicht op de ondergesneeuwde vallei langs Canadese zijde.

Crater Lake

Na een 11 uur stappen bereikten we eindelijk “Happy Camp” en deze naam werd in den tijde niet toevallig gekozen.
Hier géén houtkachel in de shelter aangezien we nog boven de boomgrens zaten dus maar de tent geplaatst op een houten platform die juist niet onder de sneeuw zat.
De volgende dag, nog altijd in de sneeuw over bevroren meren en rivieren, canyons en de nodige klimpartijen bereiken we “Lindeman City”. De site was gelegen aan een prachtig meer met dito uitzicht. Hier ook een ranger-station waar we ’s avonds een klapke deden met de ranger in een geïmproviseerde bibliotheek, ondergebracht in een tent.
De volgende dag en tevens onze laatste gingen we richting Bennett de eindbestemming van de Chilkoot. Het werd nog een pittige dag met de nodige beklimmingen en op het laatste stuk moesten we zelfs nog door een duinengebied. Moe en zeker voldaan kwamen we aan bij Bennett Lake waar we wachten op het aanleveren van de kano.
Er loopt géén weg naar Bennett dus was het logistiek gezien géén makkie om op deze plaats een kano geleverd te krijgen. Die kon eventueel met een watervliegtuig ingevlogen worden maar gezien het hoge prijskaartje werd door Joost van Nature Tours of Yukon voorgesteld dat ze deze gingen brengen met een motorbootje vanuit Carcross.
De vermoeide benen konden nu rusten en werden de schouders aan de test onderworpen om zo’n 160 km te peddelen over de meren Bennett Lake, Nares Lake, Tagish Lake, Marsh Lake en het laatste stukje op de Yukon rivier tot aan Schwatka Lake een tochtje van zo’n 160 km.

P1000641Het weer in de Yukon is meestal zeer wisselvallig en kan een spiegelmeer in een paar minuten doen veranderen in een woeste zee. Veiligheidshalve peddelden we dus zoveel mogelijk langs de oevers en op Lake Bennett was het na enkele kilometers al prijs en mochten we aan de kant zitten voor een 2-tal uur totdat de storm voorbij getrokken was. Verder géén problemen de 1ste dag en we konden ook nog genieten van een zwarte beer met 2 jongen die aan het eten waren langs de kant van het meer. We vonden een bivakplaats juist voor Carcross, maar om toch wat vlak te kunnen slapen, moesten we toch onze tent opzetten juist naast het spoor van het toeristentreintje. We waren nog niet lang wakker of er stopte een treintje met enkele werklieden die onze permits vroegen. We hadden het direct door dat het een “graptje van Paul” was en bleven we nog een tijdje praten met de locals.
In Carcross (komt van Caribou Crossing) een Indianedorp van zo’n 150 inwoners maar vooral toeristisch uitgebaat voor zij die een stop doen wanneer ze richting Skagway rijden.
In het toeristisch bureau werd ons getuigschrift uitgeschreven van de Chilkoot trail en terwijl Danny wat foto’s ging nemen hield ik mij bezig om het voorste zitje van de kano terug te monteren zoals het moest. Bij de laatste montage had men blijkbaar de helling naar achteren geplaatst en was het voor Danny’s rug nogal belastend om op die manier te peddelen.
Wanneer men moet peddelen over meren is het raadzaam ’s morgens vroeg te vertrekken want meestal komt de wind opzetten in de namiddag en wordt het naar de avond toe terug wat rustiger. We hadden ongelooflijk geluk met het weer en wanneer we dan toch eens regen hadden was dit meestal ’s nachts.

IMGP1215
Het spotten van wildlife tijdens de kanotocht bleef verder beperkt tot kariboe, porcupine en zeearenden. We hadden voor deze tocht een 7 dagen uitgetrokken maar de 5de dag in de vooravond kwamen we reeds aan in Schwatka Lake waar we ’s anderdaags werden opgepikt door Joost om ons terug naar Whitehorse te brengen.
Nog een 2 tal dagen rondgehangen in Whitehorse en het was terug tijd om richting Frankfurt te vliegen.

Het was terug een mooie ervaring met veel afwisseling in landschap en de combinatie met de rugzak en de kanotrip een ideale gelegenheid om het Zuiden van de Yukon te verkennen. Bij thuiskomst werd onmiddellijk het filmmateriaal ingeladen maar nog even geduld vooraleer de montage zal afgewerkt zijn.

Het aftellen is begonnen…

Het is een tijdje stil geweest hier om m’n site, maar wees gerust, we hebben ons buitensportmateriaal nog niet te koop gesteld op Kapaza.
Een paar maanden geleden werd ik gevraagd om een Nederlands management team te coachen om hen voor te bereiden op de Yukon River Quest 2014 waar ze willen deelnemen met een “voyageur”-kano (6 tot 10 personen). We proberen ze met raad en daad bij te staan wat ook betekent dat we dus zelf regelmatig terug met de kano gaan varen. De uitvalbasis is meestal het Nationaal Park “De Biesbosch” waar je uren kunt peddelen en aan natuurbeleving doen en waar men soms een glimp kan opvangen van bevers die er erg actief zijn in bepaalde gebieden.

P1000619

Nog exact 1 week te gaan en dan zitten we terug op vliegtuig naar Whitehorse om ons 2de gedeelte van “Revisiting the Klondike Goldrush” af te werken. Pak en zak staan reeds klaar voor ons komend avontuur. We starten in Skagway waar we in het spoor van de goudzoekers met de rugzak de Chilkoot-trail zullen aflopen, een tocht die start in Alaska en die we na 5 dagen willen afsluiten in Bennett. Daar laten we onze kano droppen en via een aaneenschakeling van meren en rivieren varen we  in 7 dagen terug naar Whitehorse
Hopelijk zitten de weersomstandigheden mee, want voor het ogenblik ligt er nog sneeuw in de bergen zodat er kans bestaat dat we zullen moeten gebruik maken van sneeuwraketten (extra gewicht) en ook bepaalde meren zijn nog niet volledig ijsvrij… We bereiden ons voor op het ergste en zullen de situatie het best kunnen inschatten wanneer we ter plaatse zijn.
Op 17 juni zijn we terug met hopelijk véél beeldmateriaal en een ervaring rijker.

Ciao