Yukon River Quest 2014 – 715 km in een solo-kano

The race to the midnightDe Yukon River Quest is de langste”ultra marathon” kano/kajak-race in de wereld. De race vindt plaats tussen Whitehorse en Dawson City (Canada) en dit over een afstand van 715 km.

Het wordt ook “Race to the Midnight Sun” genoemd, omdat het start op de langste dag van het jaar en de zon niet echt onder gaat.

Dit jaar was het de 16de editie van de YRQ en waren we met 66 deelnemende teams (C2 24, C1 5, K2 14, K1 15, VC 8 ) die kwamen uit: Australië, Oostenrijk, België, Canada, Frankrijk, Frans Polynesië, Engeland, Guatemala, Japan, Nederland, Noorwegen, Zwitserland en Amerika.

 

Startnummer 9: “My Spirit of Adventure”
In 2012 had ik voor de eerste keer deelgenomen aan die wedstrijd in een tandem kano, samen met m’n kameraad Danny Veys, als onderdeel van “Revisiting the Klondike Goldrush” een fotografisch project waarbij we de ganse route van de goudzoekers hebben afgelegd, een tocht van 1000 km.
Al meermaals kreeg ik de vraag gesteld: “WAAROM” deelnemen aan zo’n extreme wedstrijden?!
Een sluitend antwoord kan ik daar jammergenoeg niet op geven maar het zal wel een combinatie zijn van volgende factoren:
– het avontuurlijke
– het sportieve
– de uitdaging op zich
– eigen grenzen verleggen
– de natuurbeleving
Van anderen krijg ik dan eerder de opmerkingen van: “er is een hoek af” of “het is géén gewone”, maar ik zie dit meer als een compliment dan als een verwijt.

Misschien heeft het te maken met m’n midlife crisis maar heb ik dan géén neiging om een moto of sportauto te kopen maar eerder een nieuwe kano.
Ik had eigenlijk in gedachte om aan die wedstrijd deel “solo” deel te nemen in 2015 (wanneer ik 45 zou worden), maar na m’n filmvoorstelling in 2012 werd ik aangesproken door een bedrijfsleider uit Nederland, of ik zijn management team wilde coachen omdat ze met 2 voyageur kano’s (6 en 7 personen) wilden deelnemen aan de YRQ 2014.
Ik vond het een eer om mijn reeds opgedane kennis te kunnen delen en kreeg zo terug de smaak te pakken en kon niet langer wachten om mezelf in te schrijven.

 

De Sponsors
Het deelnemen aan dergelijke wedstrijd aan de andere kant van de wereld is een kostelijke aangelegenheid: trainingsbegeleiding, voorbereidende wedstrijden, inschrijving, huur kano, vliegtuigticket, logement, vervoer, ….
Gelukkig kon ik ook dit maal rekenenen op mensen die mij met materiële en financiële middelen hebben geholpen zodat ik dit m’n deelname kon realiseren.
Een oprechte dank aan: Elka Pieterman, Handyman, Timmer- en Schrijnwerk Vancoillie, Kano- en Kajakcenter, Adidas Eyewear, Reclamebureau Think, Nature Tours of Yukon, Pleisterwerken Bart Desmet, Maes Electronics, Snoepfabrikant Matthys, AZ Jan Portaels, Sea to Summit.
Ook een dikke merci aan m’n familie, vrienden, kennissen, collega’s, voor de mentale steun.

 

De Kano
Om enigszins een beetje competitief te zijn in de categorie solo kano heb je niet veel mogelijkheid in keuze van boot. In Whitehorse is er maar 1 type boot te huren en dit is een Clipper Sea-1. Het is eigenlijk een hybride boot dat je zowel met een dubbele peddel (kajak) als met een steekpeddel (kano) kan bevaren. Het zitje kan ik 3 standen versteld worden en voor mij was de middelste positie de ideaalste omdat ik dan nog genoeg stabiliteit had en toch genoeg kracht kon zetten.
Danny had na z’n deelname in 2012 ook de smaak te pakken van het kanovaren en besliste hij ook om een solo-kano aan te kopen. Clipper heeft géén verdelers in Europa dus hebben we in 2013, 2 kano’s besteld in de fabriek te Vancouver en in een kist laten overkomen vanuit Canada.
Al m’n trainingen in België kon ik dus afwerken in dezelfde boot als deze ik zou huren in Canada en kon ik brainstormen hoe ik deze zou uitrusten voor de wedstrijd. Het zitje heb ik voorzien van 2 lagen foam (Ridgerest) omdat ik de vorige keer nogal last heb gehad van  m’n zitvlak, maar nu géén enkel probleem.
Onderaan het zitje had ik een houder gemaakt om 4 drinkbussen weg te bergen van telkens 1 liter, zodat die niet los lagen te slingeren op de bodem.
Voor mij had ik een plastieken buis met volgende items: Polar horloge, SPOT-messenger, bevestiging voor de kaarten, doosje met snelle happen, GPS.
Binnen handbereik hadden we ook nog: urinaal, regenjas, waterdichte zak met warme kledij, waterdichte zak met de rest van voeding.

 

De trainingsaanpak
Na m’n beslissing om solo deel te nemen aan YRQ had ik mezelf voorgenomen om mij zo optimaal voor te bereiden en niets aan het toeval over te laten. Ik wilde in géén geval het risico lopen, wat er ook mocht gebeuren tijdens de wedstrijd, dat ik mezelf moest verwijten dat ik niet genoeg getraind had of met andere zaken géén rekening had gehouden.
Om doelgericht te trainen en een trainingsschema te laten opstellen is het belangrijk in welke hartslagzone er moet getraind worden. In September deed ik in samenwerking met AZ Jan Portaels uit Vilvoorde een inspanningstest op de watersportbaan in Hazewinkel. Een veldtest met mijn eigen kano, waarbij over een bepaalde afstand telkens de snelheid werd opgedreven en telkens een lacaatafname (prikje in het oor) + registratie van de hartslag.
De vorige keer had ik min of meer zelf een trainingsschema opgesteld met m’n eigen kennis en die uit boeken,  toen ik nog deelnam aan triathlons maar opstellen van dergelijke schema’s is toch een vak apart en nu ditmaal met een echte trainer gewerkt.
Karel Pardaens van B.A.S.I.C.S. is een inspanningsfysioloog die perfect weet hoe dit aan te pakken en ervoor te zorgen dat het lichaam en geest er volledig klaar voor waren om die 715 km te peddelen.
De trainingsweken bestonden bijna altijd uit: kano-varen, core-stability oefeningen, krachtraining, zwemmen en fietsen en was daar 8 tot 16 uur me bezig. Tijdens de kano-trainingen heb ik zo’n 1796 km gepeddeld.
Het vraagt een enorme motivatie om dit ritme aan te houden maar achteraf gezien was het meer dan de moeite waard.
Het ook zijn grote verdienste dat ik het er zo goed heb vanaf gebracht en véél minder vermoeid was tijdens de wedstrijd en dat de recuperatie vlot is verlopen.
“De atleet maakt de trainer en de trainer maakt de atleet” is dan ook zijn leuze.

 

De Voeding
Voor dergelijke duurwedstrijden moet men altijd in het achterhoofd houden: “De kachel moet blijven branden” en daarom is het zéér belangrijk om de “goede brandstof” gebruiken. In een diesel auto moet je ook géén benzine tanken! 3 dagen voor de wedstrijd begonnen met koolhydraten loading zodat ik met een volle tank kon starten.
Voor een groot deel heb ik mij gebaseerd op m’n voedingslijst van m’n vorige deelname, maar voor de fine-tuning toch nog eens langsgeweest bij sportdiëtist Gino Devriendt.
Normaal gezien is het de bedoeling om 1gr KH per kg lichaamsgewicht per uur in te nemen, maar in de praktijk is dit niet zo evident.
De bedoeling was om 2 sportrepen te eten per uur en om ieder uur af te sluiten met een gel van Trisport. De repen waren géén probleem, maar na de 1ste verplichte stop in Carmacks heb ik géén gels meer gegeten. De sportrepen verdeelde ik in hapklare stukken zodat ik om de 20 minuten (op signaal van m’n Polar horloge) een stukje kon nuttigen.
56 uur sportrepen is ook van het goeie teveel, dus 1 grote tip: VARIATIE, VARIATIE, VARIATIE … in de voeding. Naast de sportvoeding is het ook aangenaam om “normale” zaken te eten bv. kleine porties rijst in een plastiekzakje, bolletje van maken en dichtknopen. Tijdens de tocht, gewoon een hoekje uit de plastiek bijten en ik kon eten zonder mes en vork.
Een aangename afwisseling was ook om regelmatig een stukje fruit te nuttigen en vooral de kersen vielen bij mij goed in de smaak.

 

Drinken
Hoeveel je gaat drinken tijdens zo’n tocht is persoonsgebonden en hangt af van de weersomstandigheden, maar heb wel ondervonden dat 750 ml per uur drinken, zoals wordt aanbevolen, moeilijk haalbaar is. Ik heb telkens vertrokken met 5 bidons dorstlesser + 3 liter water in m’n Camelbak (zelfde hoeveelheid voor het 2de stuk (Carmacks-Dawson). Ik had een drinkbus met rietje die in een houder zat aan de voorkant van m’n zwemvest en om de 20 minuten kon ik zonder m’n handen te gebruiken een slokje nemen.   Vind ik véél gemakkelijker dan een Camelbak waarbij je iedere keer naar de drinkslang moet grijpen. Wanneer de bidon leeg was, nam ik een andere van onder m’n zitje (bleef koel) en wisselde ik gewoon het deksel. Had 2 verschillende smaken in m’n dorstlesser, Lemon en Tropical om ook op die manier variatie te hebben.
De dagen vooraf de wedstrijd véél water drinken zodat het lichaam goed gehydrateerd is.

Tijdens de nacht is het moeilijk om nog vaste voeding te nemen en daarom had ik gekozen voor de produkten van Hammer, nl. “Perpetuem en Sustained Energy”. Tijdens de training heb ik eerst hun tabletten getest, maar viel wat tegen omdat het precies op een stukje kalk is dat men kauwt, dus dan maar de poedervorm besteld. Beide produkten zijn gemaakt voor duurinspanningen en kan men gewoon onderling mengen. Heb thuis de zakjes (vacuüm) gemaakt voor 3 uur inspanning en tijdens de wedstrijd kon ik deze in een bidon met water kieperen. Ik vulde m’n reeds lege bidons met water uit het meer, waar ik een pilletje Micropur Forte aan toevoegde, om de eventuele aanwezige schadelijke ‘beestjes” te doden. Na Carmacks is het beter om vers water mee te hebben aangezien het water van de rivier niet meer zo helder is.
Qua voeding is alles te verkrijgen in Whitehorse maar heb toch gekozen om al mijn voedselpaketten, (met uizondering van de verse produkten) van thuis uit samen te stellen. 1 waterdichte zak voor Whithorse-Carmacks en 1 zak voor Carmacks-Dawson. Op die manier had ik géén stress om alles op het laatste moment nog klaar te krijgen.

Wat voeding en drinken betreft: VOORAF UITVOERIG TESTEN!

 

Peddels
Wanneer je dergelijke afstanden peddelt is er slechts 1 advies: Kies voor een ultralichte peddel. Zoals de vorige keer terug voor de peddels van Zaveral gekozen: PowerSurge Light  – 49″ – 8 ¼ wide blade. Het is een Bent Shaft – carbon peddel van slechts ????? gr. Wat de lengte van de peddel betreft, korter is beter, kwestie van uw schouders niet teveel te belasten. Had in het verleden al eens last gehad van “shoulder impingement” maar dit keer géén enkel probleem.
Mijn peddel tempo lag op ongeveer 60 slagen per minuut, dus de schouders hebben wat te verduren en iedere gram kan dan tellen.

 

Kledij
Terug gekozen voor de kledij van Skinfit + reservekledij van Craft. Niets dan positieve ervaring.
Voor regenkledij had ik deze keer een Storm Cag van Kokatat in Paclite Gore-Tex. Het is een poncho die ik gemakkelijk over mijn zwemvest kon trekken wat mij wel een veiliger gevoel gaf, dan telkens eerst m’n zwemvest te moeten uittrekken om een regenjas aan te doen.
M’n koershandschoenen werden vervangen door zeilhandschoenen van Gill omdat de vingers nog iets meer beschermd zijn. Aan de aankomst had ik géén enkele blaar, dus dik in orde.

 

Navigatie
De meeste teams werken met de getekende zwart/wit kaarten van Mike Rourke,maar het probleem is dat die niet zo recent zijn. Dit jaar stippelde ik de route uit via Google Earth aan de hand van waypoints. Op die manier kon ik op ieder moment mij situeren op de rivier en wist ik hoeveel km’s er moesten afgelegd worden tot aan het volgende checkpoints. Ik had ook de TOPO kaarten van de Yukon in mijn GPS en kon moest gewoon de route volgen. De rivier tot in Carmacks is niet zo breed, dus weinig keuzemogelijkheden betreffende “short-cuts” maar het stuk na de White River is ander paté! Op sommige plaatsen is de rivier zo’n 2 km breed met verschillende eilanden, dus is het belangrijk dat je vooraf weet welke richting je uit moet. Het zijn vooral de ‘locals’ en de teams die al verschillende malen aan de wedstrijd hebben deelgenomen die hier hun voordeel kunnen uithalen. Heb tijdens de voorbereiding verschillende malen poging ondernomen om hun ideale route te ontfutselen, zonder succes want het is voor iedereen TOP SECRET. Om het helemaal moeilijk te maken hangt de keuze van shortcuts ook af van de waterstand dus moet je eigenlijke verschillende opties hebben. Mijn navigatie was in ieder geval véél beter dan in 2012 en voor de volgende keer zou enkel een paar kleine correcties moeten aanbrengen. Heb via, via achteraf toch de route kunnen bemachtigen van 2 racers die al enkele malen gewonnen hebben 🙂

 

De dagen voor de wedstrijd

De wedstrijd startte op woensdag 25 juni maar wij zijn met enkelen al afgereisd op vrijdag. Ruim voldoende om de jetlag te verteren en rustig toe te leven naar de wedstrijd.
Peter, teamleader van de 2 Nederlandse voyageur teams had de volledig accomodatie “Versleuce Meadows Bed and Breakfast”  afgehuurd en Isabelle en ik sliepen in de mobilhome. Iedere morgen konden we er genieten van een uitgebreid ontbijt klaargemaakt door de gastvrouw, dik in orde.
Op zaterdag met de huurauto naar Kanoe People geweest om de trailer op te halen met de 2 voyageur boten en mijn Clipper Sea-1 en terug naar de B&B waar we al de plaats hadden om de boten verder te prepareren. Op zaterdagavond kwam de rest van het Nederlands team aan en was de groep compleet
De zondag een trainingstocht gedaan vanaf de startplaats in Whitehorse tot aan Burma Road zo’n 30 km peddelen. Onderweg verschillende bald eagles gezien die aan het jagen waren.
Op zondagavond was er “Meet and Greet” en konden we kennismaken met de andere met de andere racers en was het ook blij terugzien met enkel bekende gezichten.
De maandag kwam Gaetan Plourde, race recordhouder in de categorie solo-kano en ook dit jaar terug de winnaar, mij oppikken om samen nog een training af te werken. We starten aan Schwatka Lake en vaarden tegen de stroom in Miles Canyon. Nog een keer de spieren laten weten wat hen binnen enkele dagen te wachten stond. Jeff Brainard, winnaar van vorig jaar in de categorie solo-kano had ook juist nog een training afgewerkt en we hadden nog een aangename babbel.
Het is echt kenmerkend hoe iedereen vriendschappelijk met elkaar omgaat tijdens de Yukon River Quest, want hier zie ik het niet echt gebeuren dat je nog een laatste training zou afwerken met eventuele concurrenten. Prachtig!
Dinsdag was er de verplichte gear-check, afhalen wedstrijdnummer, briefing voor racers en support-crews, enz. Nu was er géén weg meer terug.

 

Mijn verwachtigingen?
Zeer dikwijls werd me deze vraag gesteld en telkens gaf ik hetzelfde antwoord.
In dergelijk ultra-races over meerdere dagen kan er veel gebeuren dat je niet altijd in de hand hebt: ziek worden, kwetsuur oplopen, een ongeval hebben, … dus finishen stond op de eerste plaats. Het is nooit slecht om een beetje ambitie te hebben maar om toch realistisch blijven had ik een eindtijd in gedachte tussen de 55 en 60 uur. Dit jaar was het in de solo-categorie een zéér sterke bezetting, met de Gaetan Plourde de race-record houder en Jeff Brainard de winnaar van vorig jaar.  Die mannen hadden ook hun eigen “race-boot” meegebracht uit Ontario. De Clipper waar ik in vaarde was dan misschien minder snel maar wel stabieler wat dan weer een voordeel was op het onstuimige meer.

 

Wedstrijddag
Na een redelijke nachtrust om 6.30 uur wakker en nog wat proberen om geroosterde boterhammen binnen te krijgen wat niet echt vlot verliep aangezien de stress een beetje de keel dichtkneep. Kende al een beetje het gevoel van de vorige keer…
Tussen 8:30 u en 9 u moest ik mijn boot reeds gaan klaarleggen aan de startlijn en aangezien de wedstrijd pas startte om 12 uur had ik alle tijd om alles rustig te installeren.
De wind begon stevig aan te wakkeren, was gelukkig rugwind en de vraag van iedereen was hoe de situatie zou zijn op Lake Laberge, die we na ongeveer 3 uur wedstrijd zouden bereiken. De waterstand van de rivier was zo’n 1,5 meter lager dan vorige jaren, dus weinig stroming…
Om 12 uur werd het startschot gegeven en moesten we eerst een 300 meter lopen vooraleer we aan de boten kwamen. Had vooraf een folie onder de boot gelegd zodat Isabelle me wat gemakkelijker in het water kon duwen. Zag Gaetan als een speer vertrekken, maar ik had mezelf ingeprent om mijn eigen wedstrijd te varen en géén rekening te houden (lees: mij laten zotmaken) door andere racers.
Na een 2-tal uur werd ik voorbijgestoken door een andere C1 die in dezelfde boot vaarde als ik en die er een nogal een strak tempo op na hield. Was ook een Canadees met veel wedstrijdervaring, maar liet me niet intimideren, het was trouwens nog een lange weg te gaan. Wat mij opviel was, dat hij al serieus een druppelke aan het zweten was…
Bij aankomst aan Lake Laberge was de eerste indruk dat het nogal meeviel met de wind en veel golven waren er niet te bespeuren. Men was verplicht om de rechterkant van het meer aan te houden en niet verder dan 200 meter van de kant te blijven, zodat we aan de checkpoints ons nummer konden roepen. Een half uurtje later begon de wind terug op te steken en met de witte schuimkoppen op de golven repte ik mij naar de zijkant zodat ik verder kon peddelen op zo’n 15-20 meter van de oever. Tijdens m’n wedstrijd in Schotland, op Loch Ness had ik ook al zo’n omstandigheden meegemaakt en wist al een beetje hoe er mee om te gaan, maar het blijft toch altijd billen knijpen. Langs de oever zag ik verschillende boten liggen ofwel hier en daar materiaal, dus blijkbaar was men begonnen met de eerste schifting. Achteraf hoorde ik dat er op het meer zo’n 10 teams waren omgeslagen waarvan 1 kajakker die zo’n 15 minuten in het ijskoude water heeft gelegen vooraleer men hem naar de kant kon halen. Lake Laberge is zo’n 50 km lang en er waren wel enkele rescue-boten op het meer, maar ze kunnen natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Met de golven is het nog moeilijker om iemand te lokaliseren die in het water ligt dus die kerel mag van geluk spreken dat hij het nog kon navertellen. Achteraf wist hij mij te vertellen dat hij via zijn SPOT noodsignalen had verzonden, maar in zo’n afgelegen gebieden vraagt het nogal tijd vooral een reddingsoperatie in gang komt. Nadat hij zich had opgewarmd heeft hij nog wat verder gevaren want fysiek was hij wel nog in orde, maar mentaal zat hij er volledig onderdoor en heeft dan ook uit de wedstrijd gestapt.
In opperste concentratie peddelde ik verder maar in dergelijke omstandigheden wordt de core-stability enorm op proef gesteld, wat het extra vermoeiender maakt.
Met het einde van het meer in zicht begon de wind te verzwakken en konden we ons terug ontspannen, want m’n kneukels kwamen al wit omdat ik zo hard m’n peddel aan het vasthouden was.

 

Exit Lake Laberge
Na 7 uur op het meer terug de rivier en het was aangenaam om terug de stroming te voelen. De organisatie raadt aan om aan het eerste checkpoint te stoppen en warme kledij aan te trekken vooraleer men de nacht ingaat, maar m’n thermische ondergoed had z’n werk goed gedaan dus voor mij géén stop. Verschillende teams stonden zich op te warmen aan het kampvuur en zag ook de boot liggen van de C1-vaarder die mij in het begin had voorbij gevaren. Of hij zijn zweetdruppels aan het afdrogen was, weet ik niet maar het was wel de enigste keer dat ik hem nog gezien hem tijdens de wedstrijd. Wanneer je aan de kant gaat, verlies je al vlug zo’n 20-30 minuten, kan je beter genieten van de stroming terwijl je uw warme kledij aantrekt. Het was een koude nacht en m’n bivakmuts, handschoenen en windstopper kon ik goed gebruiken. De ganse tijd alleen gevaren en in de verte zag ik soms een hoofdlampje van een ander team. Met m’n MP3 speler kon ik de eenzaamheid wat doorbreken ofwel eens een liedje zingen van Johny Turbo om niet in slaap te vallen. Het is altijd uitkijken naar de eerste zonnestralen in de morgen, dat ervoor zorgt je terug lekker opwarmt en mentaal ook een boost geeft.
Tot nu toe konden we niet klagen van het weer want de ganse morgen was de zon van de partij.
Na 300 km vielen de fysiek ongemakken nogal mee. Regelmatig moest ik mij wel eens uitstrekken om de buikspieren te stretchen, maar het meest pijnlijke wat m’n linkerhiel die volledig doortrapt was. De Clipper Sea-1 is uitgerust met een roer die men moet bedienen aan de hand van 2 pedalen. Alhoewel ik vooraf alles nog eens ingeolied had bleef het geleidingssysteem erg stroef werken, dus moest ik telkens keihard op de pedalen duwen wanneer ik van richting wilde veranderen.
Een paar uur voor Carmacks, de eerste verplichte stop, kreeg ik het gezelschap van 2 tandem kano’s en konden we samen het laatste stuk afwerken beukend tegen de wind.
In 2012 hadden we onze wedstrijd niet echt opgesplitst en hadden we maar 2 trajecten voor ogen: Whitehorse-Carmacks – 320 km en Carmacks-Dawson – 395 km. Op zo’n lange afstanden is het moeilijk om jezelf te blijven motiveren en focussen en kreeg ik de raad om deze stukken meermaals op te splitsen. Via een spreadsheet file had ik thuis m’n gemiddelde snelheid ingegeven + de verwachte snelheid van de stroming met in gedachte om rond de 55 uur te finishen.  Zo kon ik zien om welk uur ik ongeveer zou aankomen aan de verschillende checkpoints en deze tijden noteren op m’n kaart. Mijn verwachte aankomsttijd was 13 uur maar toen ik naar MIJN horloge keek was het reeds 18.45 u. Ik troostte mezelf dat de stroming op de rivier inderdaad zeer traag was, maar had géén idee waar ik plots al die tijd verloren had want ik was toch vlotjes aan het peddelen…?!

 

Carmacks
Hier had ieder team een verplichte stop van 7 uur en dit was ook de plaats waar het support-team tot bij de rivier kon komen. Na 26 uur in de kano te hebben gezeten kon ik wel wat hulp gebruiken bij het uitstappen en was het vooral mijn linkervoet (hiel) die me parten speelde.  Via de race-tracker van de organisatie kon men zien wanneer ieder team ongeveer verwacht werd aan de checkpoints en vroeg aan Isabelle hoeveel de Nederlandse voyageur-teams achter lagen. Ze wist me te vertellen dat ze aan het laatste checkpoint verwacht werden om 14.30 u. “Dat kan toch niet, want het is nu bijna 19 u.”, was m’n eerste reactie. Wat was de opluchting groot toen ik besefte dat m’n uurwerk blijkbaar ontregeld was en dat ik slechts een uur achter zat op schema.
Na het nuttigen van de spaghetti met kip die Isabelle had klaargemaakt, een lekkere afwisseling na al de uren sportrepen te hebben binnengespeeld, kon ik enkele uren gaan slapen. De meeste teams sliepen op de campground, maar ik had de vorige keer de tip gekregen om daar niet te slapen wegen teveel lawaai van teams die toekomen of weer vertrekken. Met de wagen voerde Isabelle mij naar een cabin bij het motel in Carmacks en na een douche kon ik in alle rust een 5 uur slapen. Intussen werd m’n kano onderhanden genomen: uitmesten, drinken + eten aanvullen, nieuwe batterijen in de elektronische apparatuur, enz…
Om 20 uur kwam ze me terug oppikken om me naar de startplaats te brengen en had ik ruim de tijd om mij klaar te maken voor het tweede deel. De verplichte items werden opnieuw gecheckt door de organisatie maar alles was OK. Intussen waren de 2 Nederlandse voyageur-teams aangekomen en werd er onderling beslist dat hier hun wedstrijd was afgelopen en dat ze niet meer gingen starten voor het tweede deel.
Enkelen waren serieus onderkoeld geweest tijdens de voorbije nacht en hun energie + motivatie was volledig weg. Spijtige zaak, maar ze hadden toch 320 km afgelegd wat natuurlijk ook wel een prestatie is.
Om 20.55 u kon ik met volle moed terug vertrekken voor m’n 2de deel.
Het C2-team “Looking for Jamaica” was ietsje vroeger vertrokken maar ik zag ze steeds voor mij uitvaren. Vanaf hier begon de rivier ook breder te worden en was het steeds zoeken waar de meeste stroming was. Het gebeurde soms dat je 5 meter verschoof en zag op de GPS dat je 3 km/u rapper ging. Door constant de rivier, de kaart en de GPS te observeren passeerde de tijd eigenlijk wel rap. Na een tijdje kwam ik bij “Looking for Jamaica” en ze vroegen of ze met mij mochten mee peddelen omdat hun GPS kapot was. Het was een koppel uit Ontario die al een paar edities hadden meegedaan en die ik nog kende van m’n deelname in 2012. Sympathieke mensen, dus géén enkele probleem en voor mij kwam het goed uit want ze hielden er een strak tempo op na. Op dit moment lagen ze in hun categorie op de 4 plaats en probeerden om het team voor hen in te halen.

 

Five Finger Rapids
Op ongeveer 3 peddelen stroomafwaarts van Carmacks lagen de gevreesde “Five Finger Rapids”, 4 rotsformaties die de rivier in 5 verdeeld. We werden duidelijk gebriefd dat men de uiterste rechtse ingang MOEST invaren. Ten tijde van de goudzoekers zijn er velen op die plaats verdronken dus  het was géén optie om toch eens de andere kant uit te proberen. Kende de situatie al van de vorige keer, dus gewoon in de omgekeerde “V” varen en daarna onmiddellijk links aanhouden om niet in de hoge golven terecht te komen aan de rechterkant. Boven op de rotsen stond Isabelle en enkele supporters mij aan te moedigen maar ik had géén tijd om te zwaaien of onnozel te doen, ik wilde niet in het koude water belanden. Er zijn wel ieder jaar een paar teams die het hier niet kunnen drooghouden en daarom staan er ook 2 rescue-boten klaar om te helpen indien nodig.
Mooi m’n vooropgestelde lijn gevolgd en zonder probleem door de rapids, het ergste was voorbij. Een beetje verder heb je dan nog de Rink Rapids, maar wanneer je mooi langs de rechterkant blijft varen is er géén enkel probleem.
We begonnen terug de nacht in te gaan, maar deze keer was het niet zo koud en konden we genieten van de prachtige kleurschakeringen aan de hemel.

Rond de middag raapten we nog een C2-team op die wat aan het slabakken waren. Het gaf hen blijkbaar ook een boost om niet alleen te moeten varen en het tempo werd serieus opgedreven. Er kwam dan ook nog een voyageur team (Paddles Abreast) erbij en dan was het helemaal ‘koekebak’. Je kan altijd een beetje voordeel uithalen wanneer je een beetje op de golf van uw voorhanger kan surfen, maar dan moet je wel dit tempo kunnen aanhouden. Voor mij was het een intervaltraining van verschillende uren maar niettegenstaande iedere pees en spier uit m’n bovenlijf volledig onder spanning stond kon ik blijven aanpikken en dat gaf me een enorme mentale boost.
Het kunnen bijhouden van dit voyageur-team gaf nog een ander voordeel want we werden getrakteerd op verse gerookte zalm en gedroogd elandvlees. Enkele kilometers voor Kirkman Creek hadden we het gehad en lieten we ze voorop varen.

 

Kirkman Creek
Om 15.45 u kwamen we aan in Kirkman Creek een checkpoint waar we een verplichte rust hadden van 3 uur. Er was een shelter opgetrokken waaronder men kon slapen of sommigen kozen om hun tent op te zetten. Eerst nog een recup-shake klaargemaakt en mij neergelegd in het gras om een dutje te doen. Het begon water te gieten, maar na de eerste druppels te hebben gehoord was ik al het ronken. Een half uur voor vertrektijd kwam de organisatie mij wekken en konden we starten aan de laatste 160 km.

Het was in dit stuk dat we vorige keer volledig de verkeerde route hadden gekozen en veel tijd hadden verloren. Op sommige plaatsen is de rivier hier wel 2 km breed met verschillende eilanden, gravelbank, logjams. Aan de hand van de uitgestippelde route ging het toch veel vlotter, maar het was toch uitkijken om niet vast te lopen door de geringe waterstand.

 

60 Mile River
Dit was onze laatste checkpoint voor Dawson City waar we aankwamen om 0:55 u op zaterdagmorgen. Vanaf hier was het nog een 5 uur peddelen tot de Finish. De vermoeidheid begon bij iedereen toe te slaan en Paul, de man vooraan in het team “Looking for Jamaica” viel bijna uit de kano.
Hier waren ook nog veel “boils” een soort opborreling van het water en wanneer je daarin terechtkwam met de boot veranderde de boot direkt van richting, een eng gevoel.
In de vroege ochtend stond de zon juist boven het wateroppervlak en scheen recht in m’n gezicht en zelf met zonnebril en pet zag ik géén meter voor mij. Had tijdens de tocht nog géén last gehad van hallucinaties maar met die zon in m’n ogen, het ging niet lang meer mogen duren. Ik maakte de anderen attent dat er een beer was op de rechteroever, bleek dat het gewoon een boomstam + wortel was die aan het meedrijven was in de rivier …

Met de ochtendnevel boven het water vaarden we in een mystieke sfeer Dawson City tegemoet. Ik hoorde al van ver de supporters zingen en roepen en met de nodige adrenaline kon er nog een spurtje van af.

 

De Finish
Het was 06:17 u toen we de finishlijn passeerden. Nadat ze me uit de boot hadden getild, nog een babbelke gedaan, maar het was vooral genieten.
We hadden hiervoor 10 maanden hard getraind en ben dan ook tevreden met het resultaat.
Ik heb de ganse wedstrijd het beste van mezelf gegeven en alles is verlopen zoals ik in gedachte had: voeding, indeling wedstrijd.
Ben op de 3de plaats geëindigd in mijn categorie, 6de in de solo (kano & kajak) en 19de in het algemeen klassement (66 deelnemers).
Er was nog nooit een Europeaan erin geslaagd om te finishen in de solo-categorie dus super content!

Was wel de zwaarste uitdaging die ik ooit heb gedaan, maar méér dan de moeite waard.
Alhoewel het afzien is, blijft het een prachtige wedstrijd waar iedereen zéér vriendschappelijk met elkaar omgaat en het resultaat voor de meesten bijzaak is.
Spijtig genoeg begint het ook voor mij verslavend te werken dus, ooit zien ze me hier nog eens terug…

 

Wil je als bedrijf, organisatie, vereniging, enz. ook een lezing boeken, neem dan gerust contact met mij op.
Francis: 0477 35 06 75
Referenties: Rotary Roeselare, Jong Economische Kamer Roeselare, Elka Pieterman (NL)

“When you’re safe at home you wish you were having an adventure;
when you’re having an adventure you wish you were safe at home.”
~ Thornton Wilder –

Advertenties