“Klondicitis”

Na 14 dagen aan “goudkoorts” te hebben geleden ben ik dan toch maar eens naar de dokter geweest waarbij de diagnose werd gesteld “Klondicitis”. Moet het ergens opgedaan hebben in het hoge Noorden, maar is gelukkig te genezen door véél te rusten…

We hebben terug een schitterende trip gehad gedurende onze 14-daagse trip in de Yukon.
Na het afhalen van onze permits in Skagway (Alaska) waren we er volledig klaar voor om op de “Chilkoot trail” terug in de sporen van de goudzoekers te treden. De trail werd terug opengesteld op 2 Juni, dus zo vroeg in het seizoen hadden we de trail bijna voor ons alleen. Deze winter was er uitzonderlijk véél sneeuw gevallen en de dooi had zich maar laat op gang getrokken, dus werden we uitvoerig gewaarschuwd voor het lawinegevaar op verschillende plaatsen langs het traject.
Met pak en zak en sneeuwschoenen vertrokken we vanuit Dyea voor een tocht van 53 km in de bergen. We hadden daarvoor 5 dagen uitgetrokken zodat Danny ruimschoots de tijd had om zich fotografisch te ontplooien, wat dit was natuurlijk het hoofddoel van de ganse trip. Onze eerste overnachting was in “Canyon City” waar we kennis maakten met Michael, een Duitser die wat vroeger was vertrokken en buiten enkele rangers, de enige die we op onze tocht hebben gezien.
In dit Nationaal park is het niet toegelaten om wild te kamperen en moet men overnachten in de plaatsen die voorzien zijn en waar de nodige voorzieningen zijn zoals bv platforms om de tent te plaatsen, toilet, bearboxes en overdekte shelter waar men kon plaatsnemen om te eten. In “Canyon City” konden we overnachten de shelter wat een kleine blokhut was.
De volgend dag was de bestemming “Happy Camp” de laatste bivak aan de Amerikaanse kant vooraleer we de Chilkoot Pass over moesten richting Canada. Hier was ook een ranger station en kregen we ’s avonds nog een update van de trailcondities. Hij adviseerde ons om de volgende ochtend zéér vroeg te vertrekken om tijdig onze volgende bivak te kunnen bereiken aangezien het lawinegevaar in de namiddag het grootst is. We kropen reeds om 17 uur in de slaapzak want we hadden de wekker gezet om 3 uur ’s morgens.

Golden Stairs

Om 4 uur en nog in het donker vertrokken we voor een lange dag. Na een goed uur moesten we al verschillende malen sneeuwplateaus doorkruisen maar aangezien de velen stenen en rotsblokken op het pad nog géén optie om de sneeuwschoenen aan te trekken.Toen we aankwamen aan de “Golden Stairs” was het nog wat bewolkt en konden we de top niet zien maar juist toen Danny al zijn fotomateriaal ging opbergen trok de lucht open en hadden we een prachtig zicht waar we naar boven moesten klauteren en kon Danny aan werk om de meest gekende foto van de Goldrush op zijn manier vast te leggen. Het was hier dat iedere goudzoekers met 2 ton aan eten en materiaal naar boven moest, wat voor hen verschillende keren op en neer was.
De sneeuw was langs deze kant nog wat bevroren dus moesten we voor iedere stap eerst met de tip van de schoen een opening maken zodat we naar boven konden kruipen, voetje per voetje.
Een serieuze inspanning maar wanneer boven werden we beloond met een prachtig zicht op de ondergesneeuwde vallei langs Canadese zijde.

Crater Lake

Na een 11 uur stappen bereikten we eindelijk “Happy Camp” en deze naam werd in den tijde niet toevallig gekozen.
Hier géén houtkachel in de shelter aangezien we nog boven de boomgrens zaten dus maar de tent geplaatst op een houten platform die juist niet onder de sneeuw zat.
De volgende dag, nog altijd in de sneeuw over bevroren meren en rivieren, canyons en de nodige klimpartijen bereiken we “Lindeman City”. De site was gelegen aan een prachtig meer met dito uitzicht. Hier ook een ranger-station waar we ’s avonds een klapke deden met de ranger in een geïmproviseerde bibliotheek, ondergebracht in een tent.
De volgende dag en tevens onze laatste gingen we richting Bennett de eindbestemming van de Chilkoot. Het werd nog een pittige dag met de nodige beklimmingen en op het laatste stuk moesten we zelfs nog door een duinengebied. Moe en zeker voldaan kwamen we aan bij Bennett Lake waar we wachten op het aanleveren van de kano.
Er loopt géén weg naar Bennett dus was het logistiek gezien géén makkie om op deze plaats een kano geleverd te krijgen. Die kon eventueel met een watervliegtuig ingevlogen worden maar gezien het hoge prijskaartje werd door Joost van Nature Tours of Yukon voorgesteld dat ze deze gingen brengen met een motorbootje vanuit Carcross.
De vermoeide benen konden nu rusten en werden de schouders aan de test onderworpen om zo’n 160 km te peddelen over de meren Bennett Lake, Nares Lake, Tagish Lake, Marsh Lake en het laatste stukje op de Yukon rivier tot aan Schwatka Lake een tochtje van zo’n 160 km.

P1000641Het weer in de Yukon is meestal zeer wisselvallig en kan een spiegelmeer in een paar minuten doen veranderen in een woeste zee. Veiligheidshalve peddelden we dus zoveel mogelijk langs de oevers en op Lake Bennett was het na enkele kilometers al prijs en mochten we aan de kant zitten voor een 2-tal uur totdat de storm voorbij getrokken was. Verder géén problemen de 1ste dag en we konden ook nog genieten van een zwarte beer met 2 jongen die aan het eten waren langs de kant van het meer. We vonden een bivakplaats juist voor Carcross, maar om toch wat vlak te kunnen slapen, moesten we toch onze tent opzetten juist naast het spoor van het toeristentreintje. We waren nog niet lang wakker of er stopte een treintje met enkele werklieden die onze permits vroegen. We hadden het direct door dat het een “graptje van Paul” was en bleven we nog een tijdje praten met de locals.
In Carcross (komt van Caribou Crossing) een Indianedorp van zo’n 150 inwoners maar vooral toeristisch uitgebaat voor zij die een stop doen wanneer ze richting Skagway rijden.
In het toeristisch bureau werd ons getuigschrift uitgeschreven van de Chilkoot trail en terwijl Danny wat foto’s ging nemen hield ik mij bezig om het voorste zitje van de kano terug te monteren zoals het moest. Bij de laatste montage had men blijkbaar de helling naar achteren geplaatst en was het voor Danny’s rug nogal belastend om op die manier te peddelen.
Wanneer men moet peddelen over meren is het raadzaam ’s morgens vroeg te vertrekken want meestal komt de wind opzetten in de namiddag en wordt het naar de avond toe terug wat rustiger. We hadden ongelooflijk geluk met het weer en wanneer we dan toch eens regen hadden was dit meestal ’s nachts.

IMGP1215
Het spotten van wildlife tijdens de kanotocht bleef verder beperkt tot kariboe, porcupine en zeearenden. We hadden voor deze tocht een 7 dagen uitgetrokken maar de 5de dag in de vooravond kwamen we reeds aan in Schwatka Lake waar we ’s anderdaags werden opgepikt door Joost om ons terug naar Whitehorse te brengen.
Nog een 2 tal dagen rondgehangen in Whitehorse en het was terug tijd om richting Frankfurt te vliegen.

Het was terug een mooie ervaring met veel afwisseling in landschap en de combinatie met de rugzak en de kanotrip een ideale gelegenheid om het Zuiden van de Yukon te verkennen. Bij thuiskomst werd onmiddellijk het filmmateriaal ingeladen maar nog even geduld vooraleer de montage zal afgewerkt zijn.

Advertenties

2 thoughts on ““Klondicitis”

Reacties zijn gesloten.